Krijgt u geen andere uitkering en kunt u niet in uw levensonderhoud voorzien, dan heeft u wellicht recht op een bijstandsuitkering (tegenwoordig ook wel een uitkering op basis van de Participatiewet genoemd).

De bijstandsuitkering wordt verstrekt door de gemeenten en is geregeld in zowel de Participatiewet als in de lokale beleidsregels van de gemeenten. De bedoeling is dat deze uitkering voor een zo kort mogelijke periode wordt verstrekt en mensen betrekkelijk snel weer zelfstandig inkomen verdienen. Aan de uitkering kleven dan ook allerlei verplichtingen en voorwaarden voor burgers.

Naast de bijstandsuitkering is er ook de bijzondere bijstand. In bepaalde gevallen kan er een beroep worden gedaan op de bijzondere bijstand in het geval van extra en bijzondere kosten.

Hieronder treft u een lijst aan van veelgestelde vragen, staat uw vraag hier niet tussen? Neemt u dan (vrijblijvend) contact op, dit is mogelijk via deze link.

Wat zijn de voorwaarden voor een bijstandsuitkering?

De voorwaarden zijn in beginsel:

  • de betrokkene moet rechtmatig in Nederland woonachtig zijn en ingeschreven in het BRP;
  • er zijn geen andere voorzieningen (uitkeringen) waar een beroep op kan worden gedaan;
  • er zijn geen uitsluitingsronden van toepassing;
  • het inkomen van betrokkene ligt lager dan de bijstandsnorm;
  • betrokkene heeft geen ‘in aanmerking te nemen vermogen’
  • betrokkene is ingeschreven als werkzoekende bij het UWV;
  • betrokkene verricht algemeen geaccepteerde arbeid;
  • betrokkene maakt gebruik van de door de gemeente aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling;
  • betrokkene verricht door de gemeente opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden.

Daarnaast gelden er voor bepaalde groepen andere regels, zoals voor jongeren of kunstenaars.

Wanneer kan de gemeente de bijstand terugvorderen of verhalen?

Bij schending van de inlichtingenplicht schrijft de wet voor dat de gemeente de te veel of ten onrechte ontvangen bedragen terugvordert. De wettekst laat hier in beginsel geen ruimte over voor de gemeente om zelf een afweging te maken, het uitgangspunt is dus dat de kosten worden teruggevorderd tenzij er een in de wet genoemde uitzonderingsgrond van toepassing is.

In andere gevallen waarin de uitkering (tijdelijk) ten onrechte is uitgekeerd kán de gemeente de bijstand terugvorderen en heeft het dus de mogelijkheid om hiervan af te zien.

Een uitkering kan tevens worden verhaald op een derde persoon, dit wil zeggen dat de kosten van de onterecht verkregen bijstand kunnen worden verhaald op een ander persoon dan degene die de bijstandsuitkering ontvangt. Dit is bijvoorbeeld de ex-partner of ouder die zijn onderhoudsverplichting (alimentatie betaling) niet nakomt. Er kan tevens bijstand worden verhaald op de uitkeringsgerechtigde als deze een schenking of nalatenschap (erfenis) heeft ontvangen.

Hoeveel vermogen mag ik hebben?

Om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering mag er geen vermogen (spaargeld) zijn boven de volgende grens:

Voor een alleenstaande: € 6.020
Voor een alleenstaande ouder: € 12.040
Voor de gehuwden tezamen: € 12.040.

Hoe hoog is de bijstandsnorm?

De hoogte van de bijstandsuitkering hangt af van de leeftijd en de situatie. Per 1 januari 2018 zijn de normbedragen als volgt:

Personen vanaf 21 jaar tot pensioengerechtigde leeftijd (incl. vakantiegeld):
Gehuwden/samenwonenden per maand € 1.417,32
Alleenstaanden en alleenstaande ouders per maand € 992,12

Personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd (incl. vakantiegeld):
Gehuwden/samenwonenden per maand € 1.525,44
Alleenstaanden en alleenstaande ouders per maand € 1.115,48

Wanneer is er sprake van gezamenlijke huishouding en de kostendelersnorm?

De veronderstelling van de gemeente dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding leidt in de praktijk vaak tot (bezwaar) procedures.

Volgens de wet is er sprake van gezamenlijke huishouding als:

twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

Hiervan is volgens de wet in ieder geval sprake als:

  • deze personen op hetzelfde adres wonen en gehuwd zijn geweest;
  • deze personen op hetzelfde adres wonen en uit hun relatie is een kind geboren;
  • deze personen op hetzelfde adres wonen en er sprake is van een samenlevingscontract.

Bij een gezamenlijke huishouding wordt in de hoogte van de uitkering rekening gehouden met het inkomen van uw partner.

Naast gezamenlijke huishouding kent de Participatiewet ook nog de kostendelersnorm. De gedachte hierachter is dat de vaste lasten kunnen worden gedeeld en er dus individueel een minder hoge uitkering nodig is om de noodzakelijke kosten te dekken. Er hoeft bij de kostendelersnorm dan ook geen sprake te zijn van een zorgplicht, die bij de gezamenlijke huishouding wel bestaat. De hoogte van de uitkering als er meerdere bijstandsgerechtigden op een adres wonen wordt berekend door middel van een in de wet bepaalde formule. Hoe meer personen op een adres wonen, hoe lager de individuele uitkering.

Wat houdt de inlichtingenplicht in?

De inlichtingenplicht houdt in dat de bijstandsgerechtigde verplicht is informatie te verstrekken die van belang kan zijn voor het toekennen of wijzigen van de bijstandsuitkering. Het gaat hierbij niet alleen om informatie tijdens het aanvragen van de uitkering maar ook alle wijzigingen daarna. De bijstandsgerechtigde is verplicht de informatie op verzoek van de gemeente te verstrekken maar is ook verplicht om zelf wijzigingen door te geven aan de gemeente.

Bij niet voldoen aan de verplichting kan de gemeente sancties opleggen in de vorm van een boete.

In welke gevallen kan ik een beroep doen op de bijzondere bijstand?

De Participatiewet geeft ook mogelijkheden om bijzondere kosten te verhalen bij de gemeente via bijzondere bijstand. Het gaat dan om bijzondere noodzakelijke kosten die niet kunnen worden betaald uit de bijstandsuitkering. Het is tevens mogelijk om bijzondere bijstand te ontvangen in de vorm van een collectieve zorgverzekering waarbij er tegemoet wordt gekomen in de betaling van de premie.

De gemeenten hebben ieder hun eigen beleid op het gebied van bijzondere bijstand, iedere gemeente heeft dus eigen regels. Voorbeelden van kosten die kunnen worden verhaald via bijzondere bijstand zijn bijvoorbeeld de kosten van ‘eigen bijdrage in advocaatkosten’ die worden opgelegd door de Raad van Rechtsbijstand indien u een advocaat ‘pro deo’ inschakelt, een computer als uw kind naar het voortgezet onderwijs gaat, verhuis- of inrichtingskosten of eigen bijdrage thuiszorg.

Wat kan ik doen tegen de beslissingen van de gemeente?

Tegen een beslissing van de gemeente betreffende de bijstandsuitkering (bijvoorbeeld dat deze u wordt geweigerd, dat deze wordt ingetrokken of dat u een boete wordt opgelegd) kunt u bezwaar maken bij de gemeente. Het is hierbij van belang dat u in een vroeg stadium van de procedure al juridische hulp inschakelt en niet wacht tot de boete bijvoorbeeld al is opgelegd. De eerste brieven van de gemeente waarin zij aangeven de uitkering stop te zetten of in te trekken zijn namelijk juridisch gezien het belangrijkst, deze brieven vormen de basis voor de gemeente om boetes op te leggen.

Voor de juridische procedures kan vaak een toevoeging worden aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand, de advocaat wordt dan door de Raad voor Rechtsbijstand betaald voor zijn of haar diensten. De Raad voor Rechtsbijstand legt vaak wel een eigen bijdrage op. Deze kosten kunnen in veel gevallen worden verhaald via bijzondere bijstand bij de gemeente.

Na de bezwaarprocedure kan er eventueel een beroep worden gedaan op de rechter. Meer informatie over juridische procedures en de kosten vindt u hier.